God weet wat Hij doet en dat is altijd goed!
Hij is ook voor u opgestaan uit de dood! Geef uw leven dus aan Hem en bekeer u van uw zonde. Dat opent de weg naar de hemel.
info.psychischenood@gmail.com

ALS GOD MET ONS IS, HOEVEN WIJ NIET BANG TE ZIJN

 

Het klinkt misschien vreemd, maar angst is zonde volgens Gods Woord. Angst is een zonde en ziekte kan het gevolg zijn van zonde. Het is dus van groot belang dat we er alles aan doen om van onze angst af te komen. Als je door de Geest van God geleid wordt ben je een kind van God volgens Romeinen 8:14 Door wie wordt jij geleid? Door je angst of door de Geest van God? Mensen zijn vaak bang voor van alles. Dat kan gaan tot angst voor spinnen en muizen, angst voor de tandarts, angst voor ziekte, angst voor de baas, angst voor oorlog, angst om te vliegen, angst voor de dood en zo kan ik nog wel even doorgaan.

 

GEZONDE ANGST

 

Ik geloof echter ook dat angst niet altijd verkeerd is. Als ik in mijn auto stap, doe ik mijn gordel om en zet ik mijn dimlicht aan. Ik wil goed zichtbaar zijn en de gordel kan mij beschermen bij een ongeluk. Als de politie mij controleert, wil ik niet dat ik een bekeuring krijg voor het niet dragen van de gordel. Dat is dus gegronde angst. Angst kan ons alert houden en ervoor zorgen dat we geen domme dingen doen. We gaan dingen uit de weg die gevaar zouden kunnen opleveren. Je steekt niet lopend de snelweg over, want je weet dat je overreden kan worden door een auto. Kwestie van gezonde angst.


ANGST KAN ONGEGROND ZIJN

Maar… als angst ongegrond is en vaak is het dat, wordt het een ander verhaal. Die muis en die spin zijn banger voor ons dan wij voor hen en zullen ons geen kwaad doen, om maar een voorbeeld te noemen. Mensen die niet in een vliegtuig durven te stappen, zouden zich moeten realiseren dat vliegen veel veiliger is dan autorijden. Er komen veel meer mensen om in het verkeer dan door vliegtuigongevallen. De angst komt waarschijnlijk voort, omdat de impact vaak groot is. Er vallen vaak veel slachtoffers tegelijk bij vliegtuigongelukken.

 

WE MOETEN ONS BEKEREN

 

De Bijbel is duidelijk op dit gebied. We moeten ons bekeren van angst. 2 Timoteüs 1:7-8 God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Als we God gehoorzaam willen zijn op het gebied van angst, zullen we ons daar dus van moeten bekeren. We moeten God vragen ons te bevrijden van die angst en ik geloof zeker dat Hij dergelijke gebeden wil en zal verhoren als we met een oprecht hart naar Hem toegaan. Mattheus 7:9-11 maakt duidelijk hoe dit werkt in Gods Woord:  Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.  Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.  Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven? Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven? Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden. (ik heb dit letterlijk uit de Bijbel overgenomen, ik ga dus niet zeggen dat jullie slecht zijn). Maar…de mens is van nature geneigd tot het doen van slechte dingen.

 

DAVID WAS NIET BANG

 

David, de koning uit het Oude Testament, die als herdersjongen geen angst kende en Goliath versloeg, heeft vertrouwen in God en toont geen angst Dat blijkt uit dit prachtige verhaal dat veel mensen wel kennen. De Israëlieten waren bang, maar onterecht. God was immers aan hun zijde.  We kunnen dit lezen in 1 Samuel hoofdstuk 17: De Filistijnen nu verzamelden hun leger tot de strijd en trokken zich samen te Soko, dat tot Juda behoort. Zij legerden zich te Efes-Dammim tussen Soko en Azeka. Saul en de mannen van Israël verzamelden zich ook en legerden zich in het Terebintendal; en zij stelden zich op in slagorde tegenover de Filistijnen. En de Filistijnen stonden aan de ene zijde op een berghelling, en Israël aan de andere zijde op een berghelling, met het dal tussen hen in. Toen trad een kampvechter uit het leger der Filistijnen naar voren. Hij heette Goliat, uit Gat. Hij was zes el en een span lang. Een koperen helm had hij op zijn hoofd, en hij was bekleed met een geschubd pantser; het gewicht van dit pantser was vijfduizend sikkels koper. Aan zijn benen had hij koperen scheenplaten en op zijn schouder droeg hij een koperen werpspies. De schacht van zijn lans was als een weversboom, en de punt van zijn lans was van zeshonderd sikkels ijzer. En een schilddrager ging voor hem uit. Hij stond daar en riep de slagorden van Israël toe: Waarom trekt gij uit om u in slagorde te scharen? Ben ik geen Filistijn, en zijt gij geen knechten van Saul? Kiest u een man, en laat hij naar mij toe komen.  Indien hij met mij vermag te strijden en mij verslaat, dan zullen wij u tot knechten zijn; maar indien ik hem overwin en versla, dan zult gij ons tot knechten zijn en ons dienen. Ook zeide de Filistijn: Ik tart heden de slagorden van Israël: geeft mij een man, dat wij samen strijden. Toen Saul en geheel Israël deze woorden van de Filistijn hoorden, werden zij verschrikt en vreesden zeer. De Filistijn kwam al dichter bij David; voor hem uit ging de schilddrager. Toen de Filistijn David in het oog kreeg en hem bezag, verachtte hij hem, omdat hij nog jong was; rossig, schoon van gestalte. De Filistijn zeide tot David: Ben ik een hond, dat gij met een stok op mij afkomt? En de Filistijn vervloekte David bij zijn goden. Ook zeide de Filistijn tot David: Kom maar eens hier, dan zal ik uw vlees aan het gevogelte des hemels en aan het gedierte des velds geven. Maar David zeide tot de Filistijn: Gij treedt mij tegemoet met zwaard en speer en werpspies, maar ik treed u tegemoet in de naam van de HERE der heerscharen, de God der slagorden van Israël, die gij getart hebt. Deze dag zal de HERE u in mijn macht overleveren en ik zal u verslaan en u het hoofd afhouwen; op deze dag zal ik de lijken van het leger der Filistijnen aan het gevogelte des hemels en aan het gedierte des velds geven, opdat de gehele aarde wete, dat Israël een God heeft, en deze gehele menigte wete, dat de HERE niet verlost door zwaard en speer. Want de strijd is des HEREN en Hij geeft u in onze macht. Toen de Filistijn tot de aanval overging en al nader kwam, David tegemoet, haastte David zich en snelde op de slagorde toe, de Filistijn tegemoet, stak zijn hand in de tas, nam er een steen uit, slingerde die weg en trof de Filistijn tegen zijn voorhoofd, zodat de steen in zijn voorhoofd drong, en hij voorover ter aarde viel. Zo overwon David de Filistijn met een slinger en een steen; hij versloeg de Filistijn en doodde hem; en David had geen zwaard in zijn hand. David snelde toe, bleef bij de Filistijn staan, greep diens zwaard, trok het uit de schede en doodde hem. Hij hieuw hem het hoofd ermee af. Toen de Filistijnen zagen, dat hun held dood was, sloegen zij op de vlucht.

 

WIJ HOEVEN NIET TE VREZEN

 

Als God aan onze zijde staat, hoeven wij niet te vrezen voor mensen of dieren. Wij moeten en mogen onze angst en bezorgdheid aan Hem geven. Hij wil ons bevrijden van angst en bezorgdheid. Dat betekent niet dat we dan zomaar allerlei onbezonnen acties moeten gaan uitvoeren. Het betekent wel dat als we God zoeken in de dagelijkse beslommeringen van het leven, we erop mogen vertrouwen dat Hij antwoord en ons wil beschermen tegen allerlei situaties. Hij heeft ons Zijn Heilige Geest gezonden, Die ons leidt op ons levenspad als we gehoorzaam zijn. De Bijbel leert ons duidelijk niet bang te zijn. Er staat in 41 verzen maar liefst 42 keer beschreven dat wij niet moeten vrezen. God vermaant ons, maar bemoedigd ons ook in dit tekstgedeelte uit Hebreeën 4:  Ik zeg u, mijn vrienden, vreest hen niet, die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem! Worden niet vijf mussen verkocht voor twee duiten, en niet één van die is vergeten voor God. Ja, zelfs de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Weest niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven. Hierbij is het wel van belang dat je een kind van God bent. Dat je tot berouw en bekering gekomen bent. Bovenstaande tekst geldt alleen voor christenen. Dat betekent niet dat God christenen voortrekt en niets voor niet-christenen wil doen. Als je niet bekeerd bent, heb je alle reden om God te vrezen. Mensen kunnen alleen je lichaam doden, maar niet je ziel. God heeft de autoriteit om mensen naar de hel te sturen. God is echter niet een God Die alleen maar het slechte met ons voorheeft en er plezier aan beleefd als wij lijden. Nee, Hij is een goed God. Hij zond immers Zijn Zoon naar de aarde, om voor ons te laten sterven en op te laten staan uit de dood. Door dat offer aan te nemen, hoef je God niet meer te vrezen. Je wordt dan een kind van Hem genoemd en mag na dit leven naar de hemel. Ook jij gaat dan vele mussen te boven.


Psalm 107

 

Dat is de bemoediging uit Gods Woord. Hij wil mensen helpen, hen zegenen en hun angsten wegnemen. Dit wordt heel duidelijk in Psalm 107.

In vers 6 staat: Toen riepen zij tot de HERE in hun benauwdheid, en Hij redde hen uit hun angsten;

 

De verzen 13 en 19 zeggen:

Toen riepen zij tot de HERE in hun benauwdheid, en Hij verloste hen uit hun angsten;

 

Tenslotte staat het in vers 28: Toen riepen zij tot de HERE in hun benauwdheid, en Hij voerde hen uit hun angsten.

 

Het staat er in de meeste verzen net iets anders, maar…de boodschap is duidelijk. God bevrijdde de mensen uit hun angsten en dat is een belofte die ook nu nog geldig is. Dus kom tot God en Hij zal je bevrijden van je angst als je gewillig bent van je angst af te komen.

 

 Bekeringsgebed

(Als u last heeft van bepaalde angsten en daar geen overwinning over krijgt, kunt u onderstaand gebed bidden.) 

 

God in de hemel, ik kom tot U. Ik erken dat ik gezondigd heb en afgedwaald ben van U. Ik erken dat Uw Zoon voor mijn zonden is gestorven en opgestaan uit de dood. Ik vraag u vergeving van mijn zonden.

 Ik bekeer me van elke geest van angst en wil meer en meer op U gaan vertrouwen. Wilt U  mij schoon te wassen met uw bloed?. Ik vergeef iedereen die mij iets heeft aangedaan. Ik wil U vragen om in mijn hart te komen wonen en een wonder te doen. Vanaf nu wil ik Uw wil gaan doen. Ik dank U dat U mijn Redder bent. Ik bid dit alles in Jezus naam. Amen

 

  

Aantal bezoekers